Stamceltherapie op dit moment

 

 

Twee soorten toepassingen

Er bestaan twee soorten stamceltherapie: autoloog en allogeen. Bij een autologe toepassing krijgt de patiënt eigen stamcellen toegediend. Bij een allogene stamceltherapie komen de stamcellen niet van de patiënt zelf, maar van iemand anders.

 
Welke behandelingen met stamcellen bestaan al?

Stamcellen worden op dit moment al in de geneeskunde ingezet in de volgende gevallen: 

Bij bloedziekten zoals leukemie past de geneeskunde al decennialang allogene beenmergtransplantaties toe om het zieke beenmerg van de patiënt te vervangen door gezond beenmerg (I). Beenmerg bevat immers veel bloedvormende stamcellen. Sinds 1988 worden ook allogene stamcellen uit navelstrengbloed gebruikt bij de behandeling van leukemie (II). Recent werd berekend dat er reeds 2000 transplantaties uitgevoerd werden met stamcellen uit navelstrengbloed. Het succespercentage is even hoog als bij stamcellen uit beenmerg (III). 

Een toonaangevend medisch tijdschrift publiceerde in 2000 een gezaghebbend artikel dat de aandoeningen die momenteel door autologe stamcellen uit beenmerg behandeld kunnen worden op een rijtje zet (IV). Daartoe behoren bepaalde vormen van bloedkanker, ziekten van het lymfesysteem zoals de ziekte van Hodgkin, bij bepaalde tumoren (o.a. aan borst en eierstok) en bij auto-immuunziekten zoals systeemsclerose en juveniele chronische artritis. 

Men gebruikt autologe stamcellen ook om na chemotherapie bij kankerbehandeling het beenmerg te helpen regenereren.

Voor een overzicht van algemene stamceltoepassingen: klik hier voor de PDF.

Voor een overzicht van stamceltoepassingen op basis van navelstrengbloedstamcellen: klik hier voor de PDF.

 
Wanneer zijn autologe stamcellen noodzakelijk?

Het gebruik van allogene, ‘vreemde’ stamcellen kan bij een aantal aandoeningen leiden tot afstoting door het lichaam. Dan is alleen behandeling mogelijk met de autologe stamcellen van de patiënt zelf. Bij andere aandoeningen – zoals leukemie – dient de arts te beslissen of hij autologe of allogene stamcellen gebruikt. Soms zijn de stamcellen van een naaste bloedverwant de beste oplossing. Een dergelijke medische beslissing kunt u het beste overlaten aan de deskundigheid van de arts.

Eén ding is zeker: een arts die over autologe stamcellen uit het navelstrengbloed van de patiënt kan beschikken, heeft meer opties dan wanneer dit niet het geval is.

 


I Wotzel M., Folia Haematol Int Mag Klin Morphol Blutforsch 1984 ; 111 (2) : 238-242 
II Gluckman E., NEJM, 1989 ; 321(17):1174-1178 
III Sanz GF., Curr. Opin.Organ Transplant 8, 2003, 109-117 
IV British Medical Journal, 2000, 321 : 433-437 

 


 
 

 Use of this website signifies your agreement to the Disclaimer
©2008 Cryo-Save AG

All rights reserved

Webdesign Vector BROSS