Autologe versus allogene stamceltherapie
Volgens een recent rapport van de European Group for Blood and Marrow Transplantation (EBMT; ref. 5) werden er in 2005 in totaal 24.168 primaire hematopoïetische stamceltransplantaties (HSCT) uitgevoerd, 15.278 autologe (63%), 8.890 allogene (37%) en 3.773 extra hertransplantaties of meervoudige transplantaties. Dit alles werd gemeld door 597 centra in 43 deelnemende landen. De belangrijkste indicaties waren lymfomen (13.825 (57%; 89% autoloog)), leukemie (7.404 (31%; 82% allogeen)); vaste tumoren (1.655 (7%; 92% autoloog)) en niet-kwaadaardige stoornissen (1.131 (5%; 93% allogeen)). In vergelijking met 2004 kan, wat betreft allogene HSCT, een stijging met 20% worden waargenomen; het aantal autologe HSCT bleef ongewijzigd. De meest opmerkelijke stijging kon worden vastgesteld bij niet-gerelateerde HSCT, goed voor 41% van alle allogene HSCT. Niet-gerelateerde HSCT werd hoofdzakelijk uitgevoerd bij leukemie omdat de prenatale oorsprong van leukemie bij kinderen het gebruik van autologe HSCT uitsluit. Vandaar dat autologe HSCT als interessant en controversieel wordt gezien bij kinderleukemie, ondanks het feit dat de incidentie van preleukemie afwijkingen echter ~100 keer minder vaak voorkomt dan kinderleukemie (ref. 6). Dat zou er op kunnen wijzen dat een tweede - postnatale - trigger nodig is voor de klinische ontwikkeling van kinderleukemie. De eerste autologe navelstrengbloedtransplantatie voor de behandeling van een leukemiepatiëntje werd dan ook pas begin 2007 gerapporteerd (ref. 7).
In Nederland bedraagt de kostprijs van een allogene HSCT gemiddeld 70.446 €. Dat staat in schril contrast met de 40.593 € voor een autologe HSCT. De gemiddelde extra kost voor het identificeren van een geschikte donor voor allogene HSCT bedraagt 42.000 € (ref. 8). Terwijl er naar een geschikte donor wordt gezocht heeft de ziekte bovendien de neiging om zich verder te ontwikkelen naar een meer geavanceerde fase of naar een fase met verhoogd risico. Deze cijfers duiden op een duidelijk farmaco-economisch effect ten gunste van - waar mogelijk - autologe HSCT. Een tijdige ingreep kan bijdragen tot een beter klinisch resultaat aangezien de vordering van de ziekte sneller een halt kan worden toegeroepen en bvb. weefselbeschadigingen a.g.v. chemotherapie kan worden beperkt. Bovendien is er bij allogene HSCT vaak chronische immunosuppressie vereist en ook dat tast de levenskwaliteit verder aan.
Het gebruik van stamcellen voor specifieke behandelingen en mits goedkeuring van de behandelende arts specialist in erkende transplantiecentra wordt geleidelijk aan meer toegepast. In bijlage vindt u een overzicht van algemene stamceltoepassingen alsook een overzicht van stamceltoepassingen op basis van navelstrengbloedstamcellen.
Voor een overzicht van algemene stamceltoepassingen: klik hier voor de PDF.
Voor een overzicht van stamceltoepassingen op basis van navelstrengbloedstamcellen: klik hier voor de PDF.
5. Gratwohl et al, Beenmerg Transplantation 39, 71-87 (2007)
6. Mori et al, Proc. Natl. Acad. Sci. USA 99, 8242-8247 (2002);
7. Hayani et al, Pediatrics 119, 296-300 (2007);
8. Tan et al, iMTA Report nr. 06.80 (2006);